viewmodel.jpg

wie zijn we

VW mag is gecreëerd door
The View Concepts:
de broedplaats voor nieuwe perspectieven op dagelijkse dingen.
Online, offline en live.

een peukie op de bank bij lisette ros

een peukie op de bank bij lisette ros

LISETTEROS.jpg

Velen herkennen haar aan haar hoogblonde, opgeschoren haardos en uitgesproken kledingstijl; zelf vermoedt Lisette (25) dat ze wordt gezien als aandachtstrekker, luidruchtig en een beetje extreem maar vooral verwarrend. Wij zijn uiteraard nieuwsgierig hoe het leven van deze ‘losbandige’ critical performance artist eruitziet, maar dan thuis. Daarom spreken we af in haar appartementje in Amsterdam-West – gewoon met een sigaret, op de bank. De buitenwereld ziet jou – naar eigen zeggen – als zeer sociaal, luidruchtig en lichtelijk aandachttrekkerig. Is dat ook hoe je wil dat mensen jou zien? ‘Nee, eigenlijk niet. Ik doe heel erg mijn best om hier vanaf te komen. Voor mij is het normaal wat ik aantrek of hoe ik me op dat moment gedraag en ik kan er niet veel aan doen dat anderen dat zo opvallend en opzienbarend vinden. Ik snap het wel, vanuit hun perspectief op dat moment, maar ik begrijp bijvoorbeeld weer niet waarom vele mensen vaak eenzelfde soort look hebben; het zal veilig, vertrouwd en herkenbaar zijn, maar je voelt je toch ook niet elke dag hetzelfde?’

Is de Lisette die hier nu thuis zit, anders dan de Lisette die over straat loopt? ‘Ja. Hier en in mijn performancewerken ben ik anders dan in het openbaar. Daarom leer ik heel veel van mijn performances. Ik ben eigenlijk best wel op mezelf; vind het heerlijk om alleen naar musea te gaan en ik ben overdag ook veel alleen in het werk. Als ik met anderen ben word ik gevoed door de vibe, hun gedrag en wat er om me heen gebeurt. Ik zoek dat ook graag op, werk bijvoorbeeld graag buiten de deur en ga geregeld aan de wandel om onder de mensen te zijn. Als ik werkelijk onderdeel ben van een groep, kan mijn opblaasgedrag en luidruchtigheid meer naar voren komen.'

'Ik kan best goed alleen zijn, maar na twee dagen ontstaat er dan een implosief gevoel van: ik moet nú zuipen.’

Moet je je soms juist even terugtrekken om expressiever naar de buitenwereld toe te zijn? ‘Ja, ik moet wel even opladen. Al ben ik thuis ook wel explosief; ik ben namelijk echt een gevoelsmens. Als een apparaat niet werkt, dan kan ik hoor- en zichtbaar woedend worden. Sowieso praat ik heel vaak hardop tegen mezelf, zing ik graag mee, en lever ik graag commentaar op wat er op TV gebeurt. Ik kan intens enthousiast zijn, maar ook intens chagrijnig. Je hoort mij niet snel een middenweg kiezen. Ik kan dus best goed alleen zijn, maar na twee dagen ontstaat er dan een implosief gevoel van: ik moet nú zuipen.’

Dus als ik het goed begrijp is dit huis ook je werkplek? ‘Ik heb nu geen atelier, dus werk ik hier en in cafés. Ik lijk misschien heel wild, maar omdat er altijd zoveel gaande is (in mijn hoofd en in mijn omgeving), heb ik alles heel specifiek geordend: bij Bosco kan ik goed achter mijn computer werken en schrijven – daar hebben ze een contactpunt op het terras en koffie die ik lekker vind. Bij Bax lees ik alleen offline en schrijf ik wat en bij L’Affiche zit ik meestal om na te denken en goede gesprekken te voeren. Hiervoor heb ik dan ook nog bepaalde momenten op de dag die het beste uitkomen. Maar die laat ik voor nu maar even achterwege. Kortom: ik heb zelf ook erg mijn rituelen en routines, soms tot aan het dwangmatige toe; juist deze paradox is één van de redenen waarom ‘INTERVENING SPACE’ tot stand is gekomen. Ook ik probeer mezelf scherp te houden en kritisch te blijven ten opzichte van bepaalde gedragingen die erin sluipen, en die soms natuurlijk ook heel prettig zijn. Het blijven bevragen, nadenken, herdefiniëren en doorbreken hiervan is belangrijk hierbij, en is iets wat je moet blijven activeren en aanleren.'

Je bent een critical performance artist. Hoe ben je gekomen waar je nu staat? ‘Na de middelbare school in Hilversum heb ik me aangemeld voor Fashion & Branding aan AMFI. Toen ik daar startte dacht ik: nu kom ik echt mensen tegen die like minded zijn – nu kan ik stappen verder gaan en uitdragen wie ik denk te zijn. Niets bleek minder waar; ik was nog steeds de “vreemdste” eend in de bijt, maar nooit in mijn leven heb ik me daar onprettig bij gevoeld. In 2012 ben ik afgestudeerd en daarna een master gaan volgen op ArtEZ Institute of Arts. Ik wilde meer richting de kunst, met filosofische, sociologische en psychologische gelaagdheid/diepgang, want ik vind de typische modewereld en het materialisme waarmee het gepaard gaat te oppervlakkig. Tijdens mijn afstudeerjaar op ArtEZ heb ik mijn overkoepelend performance concept ‘INTERVENING SPACE’ ontwikkeld en dat is wat ik nog steeds doe. Het ging echt niet zonder slag of stoot, daar waar ik nu gekomen ben; ik heb namelijk echt mijn eigen visie op concepten en dat wordt niet altijd direct geaccepteerd of gehonoreerd. Hiervoor heb ik echt moeten strijden en dat moet ik nog steeds.’

'Ik denk dat ik in mijn performances zoveel lagen afpel van mezelf dat ik daar tot de puurste vorm kom.'

We zitten nu dus in jouw huis, jouw werkplaats. Wat inspireert je aan deze plek? ‘Dit is geen inspirerende ruimte voor mij – als ik het opnieuw zou kunnen inrichten zou ik dat dolgraag doen. Ik heb het geld er alleen niet voor. Maar: misschien juist omdat het niét inspirerend is, doet het iets met mij en mijn gedachtes.’

Is je werk jouw alterego of werkelijke identiteit? ‘Daar gaat mijn werk deels over; je bent niet één identiteit en ook niet één persoon. Dat leer en ervaar ik nog dagelijks, maar ik denk dat ik in mijn performances zoveel lagen afpel van mezelf dat ik daar tot de puurste vorm kom. Een verstilde, pure, afgepelde vorm, voor zover mogelijk op dat moment. Ik merk dat ik steeds beter aan het leren ben hoe ik ook in het dagelijks leven dichter bij die vorm kan komen. Mijn performances en onderzoeken werken dus vrij therapeutisch voor mij. Tegelijkertijd vind ik het ook eng als ik ooit écht die pure vorm van mezelf word - wat dat ook mag zijn. Het vergt veel ballen om te accepteren dat je misschien niet meer meedoet.’

‘Iets waar ik bijvoorbeeld ook mee aan het experimenteren ben - iets dat is ontstaan vanuit een ergernis: het feit dat mensen vaak uit beleefdheid vragen hoe het met je gaat. Ik zeg nooit “goed”, want wat is goed? Dan vind ik je niet kritisch genoeg. Als je zegt dat het niet zo lekker gaat, schrikken mensen of vinden zij het lastig, angstig om een gesprek aan te gaan. Ik snap dat niet, ik vind het heel triest om te realiseren dat welgemeend, oprecht contact steeds schaarser wordt in de huidige Westerse maatschappij.’

Hoe groot is het gat tussen kunst en Lisette? ‘Ik geloof dat mijn performances meer mijn kern laten zien en daardoor juist geen performances zijn, terwijl mijn dagelijkse uiterlijke vertoning meer als performance wordt gezien. Ik ben beide, maar mijn performance-identiteit is meer ongedwongen en dus kwetsbaarder. Ik druk mijn bevragingen en kijk uit op de wereld - dat gat is dus niet groot. Verder heb ik een constante gedachtestroom – dat merk je ook wel tijdens dit interview. Kunst en onderzoek is ook een manier om die gedachtestroom te ordenen en deze uiteindelijk dusdanig te trechteren dat het op iets wezenlijks, banaals uitkomt, wat ons allemaal aangaat, hoe veel of hoe weinig spullen, status, geld, intellect of inhoud je ook bezit. Daarom doe ik overigens alleen maar langdurige performances – ik start dan in een soort geforceerde staat, maar ga via allerlei wegen en paadjes naar een staat van "gewoon zijn", buiten de kloktijd, buiten alle dagelijkse onzin om. Ik wil mensen confronteren, maar ga tegelijkertijd ook de confrontatie met mezelf aan.’

‘Ik stel regels op voor mezelf: als ik moet plassen doe ik dat in mijn broek.’

Dus jij bent jouw kunst. ‘Ja. Ik doe het heel erg voor mezelf, en anderen mogen meekijken en -doen en nemen er hopelijk iets van mee.’

Dat lijkt me wel de puurste vorm van kunst. ‘Ja, het is eigenlijk iets dat nooit af is. Bij veel vormen van kunst draait het om het eindresultaat; bij mij is het proces juist belangrijk. Als ik vandaag een acht uur-durende performance heb, is diezelfde performance morgen weer anders, gezien ik, en ieder persoon, nooit op twee verschillende momenten acht uur lang dezelfde emotionele stadia en identiteiten doorgaat en beleeft.’

Bereid je je dan wel voor? ‘Ik heb wel praktische voorbereidingen, want ik ga al die uren niet naar het toilet en ik eet en drink niets. Dat vergt wel nadenkwerk van tevoren. Daarnaast stel ik regels op voor mezelf: als ik moet plassen doe ik dat in mijn broek.’

Het interview wordt onderbroken door een hoofd dat plots voor het raam verschijnt. We schrikken. Het blijkt de bouwvakker te zijn die al weken op de steiger voor Lisettes huis werkt. In eerste instantie irriteert ze zich aan hen, maar deze ergernis blijkt na enkele minuten als sneeuw voor de zon verdwenen: 'Ik wil dit filmen!' Als je kijkt naar onze generatie, generatie Y, hoe vind je dan dat zij zich positioneren? ‘Ik vind het eenheid, met name de negatieve kanten van eenheid. Geen onderscheid. Als je kijkt naar subculturen uit de jaren 60 en 70 dan waren zij heel daadkrachtig, uitgesproken en eigen. Wat doen we nu? We kopen allemaal bij dezelfde massawinkels, gaan naar dezelfde franchise restaurants, vreten ons vol bij zogenaamde “authentieke” burgerzaken, drinken dezelfde hippe bieren, enzovoorts enzovoorts. En dit terwijl de impact hiervan verstierend is voor de wereld. Links lullen, rechts zakken vullen, dag in dag uit word ik ermee geconfronteerd in mijn buurt Oud-West; één van mijn grootste ergernissen op het moment. Geld is een grote boosdoener.’

Jouw ultieme verstopplek? ‘Gewoon hier, op de bank.’

Fotografie: Merel Daantje Klaassen

de grootste talenten van de willem de kooning academie

de grootste talenten van de willem de kooning academie

waarom we in de toekomst tongen met ons huisdier

waarom we in de toekomst tongen met ons huisdier