viewmodel.jpg

wie zijn we

VW mag is gecreëerd door
The View Concepts:
de broedplaats voor nieuwe perspectieven op dagelijkse dingen.
Online, offline en live.

2000, in cyberspace

2000, in cyberspace

Dit korte verhaal is eerder gepubliceerd in de eerste printversie van VW mag

theunnatural

Het was het jaar 2000. 2000. Toen we klein waren klonk dat nog als science fiction in de oren. Inmiddels was het zover en er was weinig science fiction’s aan. Alhoewel. Er was internet, opeens. Voor iedereen. Via de telefoon. Mijn ouders hadden me wel gezegd dat het niet goedkoop was, maar toch belde ik iedere avond in. Het geluid van de modem maakte me direct opgewonden. Het geluid dat ik was aangemeld op MSN bijna euforisch. Iedere avond probeerde ik een nieuwe gevatte MSN-naam te verzinnen. Iets met een knipoog naar de actualiteit, of een quote uit een lyric. Het lukte meestal vrij aardig. Ik kon gewoon in mijn pyjama subtiel flirten met wie ik wilde, als ze mijn MSN-vriend wilden zijn tenminste. Soms voegde ik een vage bekende toe, zo iemand die eigenlijk te hoog gegrepen was. Maar misschien via de digitale weg toch gevoelens voor me zou kunnen ontwikkelen. Makkelijk was het niet. Maar ik geloofde in de toekomst. Ik geloofde in cyberspace. 

''Jij weet helemaal niet wat weltschmerz is', zei mijn moeder dan. 'Jij weet niet wat kunst is', zei ik graag terug.'

Op een dag werd ik opeens toegevoegd door een vage bekende. Little Johnny, heette hij. 
‘Wie ben jij ook alweer?’, typte ik.
‘Jan, uit 2B.’ Zelf zat ik in de derde. 
‘Ah ja’, typte ik terug, en vervolgde mijn gesprek met een andere Jan, uit klas 6A.
‘Ik ben blijven zitten vorig jaar’, probeerde Little Johnny nog.
‘Klote’, typte ik een half uur later terug. Toen moest ik offline, want mijn ouders hadden me op cyber-rantsoen gezet. Ik had de maand ervoor een werkstuk over de geschiedenis van de mode uit de tweede helft van de 20e eeuw gemaakt, en daar blijkbaar nogal grote bestanden voor gedownload. De telefoonrekening bedroeg 748 gulden. Ik had als 15-jarige weinig inlevingsvermogen, ik begreep het probleem niet, maar om het beter te begrijpen mocht ik niet langer dan een half uur per avond internetten. 
De dag erna kwam Jan uit 2B online met de MSN-naam ‘Ik ben de gieter die het geeft.’
Ik liep in die periode rond met een Eastpak waarop ik met een zwarte stift een vaas met verwelkte tulpen had getekend. Mijn moeder vond dat zonde. Ik vond dat ze daar uit kon opmaken dat ik mijn weltschmerz tenminste nog in kunst omzette. ‘Jij weet helemaal niet wat weltschmerz is’, zei mijn moeder dan. ‘Jij weet niet wat kunst is’, zei ik graag terug. 

Ik bekeek de rest van de mensen die op online stonden. Er zaten weinig boeiende figuren tussen. Jan uit 6A was naar hockeytraining, dus die stond op “afwezig”. Jan zijn ouders waren een stuk rijker dan die van mij. Die hadden al ISDN. Jan mocht de hele dag online zijn. 
Verder was er uit de bovenbouw alleen Rooie Martin aanwezig, de klassenvertegenwoordiger van 5C met vuurrood haar en veel acne. Hij droeg elke dag dezelfde Cavello en op muziekavonden zong hij uit het repertoire van Robbie Williams. Hij had ooit tijdens zo’n avond het nummer She’s The One aan me opgedragen, door te zeggen ‘Deze is voor die Indische Olga’. Er waren mensen die beweerden dat hij op dat moment een stijve had. Ze hadden ‘m door die satijnen trainingsbroek zien kloppen. Ik geloofde dat niet.

‘Houd je van Extince?’ typte ik naar 2B-Jan. 
‘Ja’, schreef hij. ‘Zie ons hier samen zijn als een online-feest.’
Ik glimlachte. Ik zette me over mijn bezwaren heen dat hij een maand jonger was en een klas lager zat, en een nieuwe cyberliefde was geboren. Iedere avond besteedde ik mijn 30 minuten aan Jan uit 2B. Op school begluurde ik hem tijdens de pauze, we praatten nooit. Hij leek eigenlijk een beetje op Leonardo DiCaprio en Johnny Depp tegelijk. Dat vertelde ik hem dan in de avond, op MSN. Ik had volgens hem iets weg van een BN’er op wier naam hij niet kon komen. Zoekmachines waren in die tijd nog waardeloos. Ik heb nooit geweten wie hij bedoelde. 

Toen brak het EK aan. De wedstrijd Nederland-Joegoslavië viel op de avond van het schoolfeest. Nederland won met 6-1. Iedereen was buiten zinnen. We waren dronken van geluk en dronken van de Smirnoff Ice waarmee we hadden ingedronken. Bij de fietsen zoende Jan uit 2B me toen op mijn mond. Daarna moest hij overgeven. 

De dag daarna waren we vrij en mijn ouders niet thuis. Ik zou de hele dag op het World Wide Web doorbrengen, in mijn pyjama. Ook ik had die ochtend overgegeven. 

‘G-O-A-L - de mooiste letters van de wereld’ kwam toen online. Het was Jan. Jan uit 2B. Op Jan uit 6A was ik definitief afgeknapt omdat hij tijdens de voetbalwedstrijd en het schoolfeest had staan spacen omdat hij xtc geslikt had. Zo iets doe je niet, vond ik toen nog.

‘Het geluid van de modem maakte me direct opgewonden. Het geluid dat ik was aangemeld op MSN bijna euforisch.’

‘Wil je verkering met me?’ vroeg hij toen ik vroeg hoe hij zich voelde. 
‘Ik dacht dat je van me moest kotsen’, schreef ik.
Hij typte een vrolijke smiley terug. En daarna: ‘Ik wil verkering met je.’ 
‘Is goed’, zei ik. ‘Laten we iets gaan drinken in de stad om het te vieren.’
‘Heb je mijn MSN-naam goed bekeken’, vroeg hij nog.
‘Ja’, zei ik. De letters van mijn naam. ‘Goed bedacht.’

Ik woonde in de stad, hij niet. Hij moest een half uur fietsen. Het waren de stressvolste 30 minuten uit mijn 15-jarige bestaan. Misschien kwam het van de kater. Maar zonder kater was het me ook niet gelukt. Ik kon het niet. Ik kon niet naar buiten, de stad in lopen, mijn ene voet achter de andere zetten, en hem zien. Ik had werkelijk geen idee hoe dat moest. Ik wilde hem dat schrijven, maar hij stond al op afwezig. Ik had geen mobiele telefoon, de enige die in die tijd een mobiele telefoon had was natuurlijk weer Jan uit 6A, dus ik kon ook geen smoesje sms’en. Ik had maar een keus: niet op komen dagen. Dat deed ik. Ik kwam niet opdagen.

Drie uur later had Jan uit 2B een andere MSN-naam. 
‘Waar was je nou?’ vroeg hij.
‘In slaap gevallen’, schreef ik terug.
‘Ik vind je een raar vriendinnetje’, antwoordde hij.
‘Ja’, zei ik. 
‘Laten we het maar bij cyberspace houden’, schreef hij.
'Ja;, schreef ik terug. ‘Laten we het maar bij cyberspace houden.’

Door Olga Kortz

Fotografie door Renate Ariadne van der Togt - 'The Unnatural'

 

 

 

'er leeft nog maar één taboe: mens zijn'

'er leeft nog maar één taboe: mens zijn'

de "echte" man

de "echte" man